De kudde

Met de kudde onderweg

Landschapskudde Oost-Achterhoek bestaat momenteel uit twee kuddes die ongeveer 700 vrouwelijke schapen, oftewel ooien, telt. Afhankelijk van het aantal ooien dat in het najaar gedekt wordt, worden in de tweede helft van de winter en het vroege voorjaar honderd tot enkele honderden lammeren geboren. Als rond half april de kuddes op pad gaan, zijn de lammeren al zo groot dat ze mee kunnen.

Vijf honden helpen de herder om de kuddes in goede banen te leiden. Doordat de schapen elke dag op een andere plek grazen hebben ze weinig last van besmettelijke ziektes. Ook het gevarieerde voedsel (op elk terrein groeit weer wat anders) en de flinke afstanden die soms gelopen moeten worden, dragen er toe bij dat de schapen een goede weerstand hebben en blaken van gezondheid.

Dat neemt niet weg dat ze geënt worden tegen verschillende kwalen om risico’s op het uitbreken van besmettelijke ziektes te voorkomen. In de stichting is ook een gepensioneerd dierenarts actief die een oogje in het zeil houdt. De kudde in Park de Scholtenbrug

Bij de Nederlandse rassen wordt onderscheid gemaakt tussen landrassen en cultuurrassen. Tot de eerste soort horen de heideschapen van de schrale heide en zandgrond, voornamelijk uit Oost-Nederland en Brabant. Ze zijn klein van uiterlijk en stellen zich tevreden met een klein beetje voedsel. Heideschapen zijn ontstaan op voedselarme gronden.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen grote heideschapen zoals het Veluwse en het Kempense heideschaap en de Schoonebeeker en kleine heideschapen, met als enige vertegenwoordiger het Drentse heideschaap. De Landschapskudde is samengesteld uit een mix van landrassen en cultuurrassen. Door kruising ontstaat een sterke kudde. De kudde brengt haar eigen lammeren voort, waardoor ze zichzelf in stand kan houden.